Ik heb deze vraag altijd afgewimpeld. Te moeilijk, verkeerde vraag, gaat het wel goed met je, zou je het willen weten? Maar opeens denk ik: het valt te proberen!
God dienen
Iedereen lijkt te weten wat de vraag is, maar wie weet het antwoord? Gelovigen zeggen: de zin van het leven is om God te dienen… maar daarmee reduceren zij zichzelf tot werktuig! En als dit het goede antwoord is, waarom heeft God dan geen grote domme darren van ons gemaakt, zonder bewustzijn. En trouwens, wat is dan de zin van Zijn leven?
‘Ja maar, het gaat erom God te dienen bij wat hij met óns voor heeft!’. Dat is mooi, want dan heeft het antwoord dus echt betrekking op ‘ons’, op bewuste wezens die zich af kunnen vragen wat de zin is van wat ze allemaal doen. Maar wat zou Hij dan met ons voor hebben? En wat vinden gelovigen van dit antwoord als zij zich realiseren dat zij Iemand dienen Wiens Wegen Ondoorgrondelijk zijn… Je mag toch wel een beetje zelfrespect hebben.
Zinloos heelal
Misschien zijn we wel de enige bewuste wezens in het heelal. Stel nu eens dat we er niet meer waren. Dan zou niemand meer weet hebben van de sterren, planeten, stralingsgordels, supernova’s en van wat er al niet in het heelal kan worden aangetroffen. Ook de aarde met de hele flora en fauna zou in het duister voortfunctioneren, sterker nog, zelfs de duisternis zou niet bestaan. Dat zou zinloos zijn, en daarom is het maar goed dat wij er zijn, met ons bewustzijn. Fijn voor het heelal.
Maar wacht, als er geen bewuste wezens in het heelal aanwezig waren, zou het dan inderdaad zinloos functioneren? Van ‘zinloos’ kan alleen sprake zijn als het kan worden ervaren, en ervaren verwijst naar bewustzijn… Een heelal zonder bewustzijn is dus helemaal geen probleem. Van zinloosheid zou simpelweg geen sprake kunnen zijn. Dus daar hoeven we het niet voor te doen.
Ja, 42, kanariepiet op zilveren stepje
De zin ín het leven, dat is geen moeilijke vraag. Vraag het Bacchus. Maar bij de zin ván het leven gaat het om iets anders. Als we nu eens bescheiden bleven en geen grote woorden gebruikten, zoals God of Het Heelal… als we nu gewoon eens aan het ‘nut’ dachten.
De vraag wordt dan: ‘Wat is het nut van het leven?’ Het is meteen duidelijk dat we er zo ook niet komen, want als het gaat over het nut van het leven, waarvoor is dát dan weer nuttig? En wat is dáár dan weer het nut van, enz. Het is vreselijk, ook als je klein en bescheiden begint wordt het meteen alweer groot! En het blijft even onoplosbaar.
Misschien is dit dan toch een vraag die niet te beantwoorden is. Daarom stel ik voor deze met ‘ja’ te beantwoorden, of met de Hitchhikers Guide in gedachten: 42, of met ‘kanariepiet op zilveren stepje’.
Second thought
Hebben we de vraag wel goed geïnterpreteerd? Bij ‘zin’ hebben we onwillekeurig gedacht aan een soort doel. We kunnen bij ‘zin’ ook denken aan ‘betekenis’ en vragen naar ‘de betekenis van het leven’.
Maar komen we nu niet in een vergelijkbaar probleem terecht? Want als het leven van betekenis is voor X, wat is X dan en waar is dát dan weer goed voor.
We kunnen nu de schouders ophalen en geïrriteerd, of moedeloos, doorgaan met ons gewone leven, maar wat bedoelen we eigenlijk met ‘leven’? Hierboven is het bewustzijn al ter sprake gekomen. Dat wij kunnen vragen naar de zin van het leven komt doordat wij bewuste wezens zijn en geen darren.
Bewustzijn is dus voorondersteld aan de vraag naar de zin van het leven. Dat bleek al uit het feit dat er zonder bewustzijn alleen duisternis zou zijn, en zelfs dat niet.
De vraag naar de zin van het leven zou dus zonder bewustzijn niet bestaan. Daarom kunnen we, als het over ons leven gaat, ‘leven’ ook omschrijven, niet alleen als ‘bewust zijn’ maar ook als ‘bewust leven’. Waarbij we kunnen zeggen dat dit betekent dat we de wereld van onszelf onderscheiden omdat en voorzover we de wereld ‘niet’ zijn, voorzover we ‘niets’ zijn. Zo kunnen we de wereld onderscheiden (van onszelf), feiten en daarmee ook mogelijkheden die daarin besloten liggen. Mogelijkheden die we kunnen proberen te verwerkelijken. Een creatief proces waarin we onze omgeving ontwikkelen, en daarmee onszelf. Een proces ook met een ethische kant, waarbij het erom gaat dat we elkaar als ‘niets’ erkennen. En ten slotte een proces waarbij we ons kunnen realiseren dat dit een uit ‘niets’ te verklaren, mysterieus, avontuur is.
De vraag beter geformuleerd en beantwoord!
Nu hebben we een vernieuwde versie van de vraag:
‘Wat is de betekenis van dat we bewust zijn?’
Kunnen we hier nu wel antwoord op geven? Dat we bewust zijn maakt dat we ons kunnen verwonderen, en dat we keuzen kunnen maken om de wereld, en daarmee onszelf, en elkaar, op een bepaalde manier te zien, en op grond daarvan te benaderen en te ontwikkelen.
Voila!
Tijdgebonden formulering van algemeenheid
Hoe we dit avontuur ter sprake brengen, kan van persoon tot persoon, van cultuur tot cultuur verschillen, maar er zullen toch wel overeenkomsten in onze verhalen zijn. De rol van creativiteit, ontwikkeling en ethiek, dit zal iedereen toch wel opmerken en op de een of andere manier onder woorden brengen. Essenties die, dat lijkt me niet onaannemelijk, ook de tijd overleven… Maar je hebt alleen je eigen tijd, je eigen ervaringen, je eigen taal en cultuur, en dat zijn de middelen die je in staat zullen moeten stellen om deze essentie te overdenken en tot uitdrukking te brengen.
Wind tegen
Hierbij hebben we niet altijd de wind mee. Bijvoorbeeld als onze eigen cultuur en daarmee taal doordrenkt is van een gehoorzaamheid, die aan denken over creativiteit of het ‘niets’ uitsluit. Een gehoorzaamheid aan religieuze regels, of aan een wetenschappelijke dan wel zakelijke benadering van het leven.

Monsieur Arpel ‘nuttigt’ zijn koffie: een zakelijk leven in een zakelijk huis. (Uit ‘Mon Oncle’ van Jacques Tati) Maar hoe zakelijk is de smaak van koffie? En is de vormgevng van zijn huis eigenlijk wel zo zakelijk?
Wind mee
Niet alleen tegenwind kan ons belemmeren in het onderkennen van de essentie van het ‘niets’, namelijk creativiteit, ethiek en ontwikkeling. Van het leven als avontuur.
Als we de wind mee hebben en over een groot arsenaal aan middelen en technieken beschikken, kunnen we onze motivatie verliezen om, met elkaar, mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen. Als het ons allemaal aanwaait, als we ons niet hoeven te verdiepen in moeilijke keuzes, als we ‘alles’ achteloos in onze zak kunnen steken, lopen we de kans dat dit ‘alles’ aan betekenis verliest. Waardoor we onvoldaan blijven en dan ter compensatie gaan streven naar steeds meer. Een gevaarlijke instelling die in zich draagt dat we elkaar en de wereld geweld aandoen.
Bacchus
Tenslotte: toch nog even over de zin ‘in’ het leven. Laten we Bacchus niet minachten: de zin ‘in’ het leven is een belangrijke voorwaarde. Want wat blijft er over van onze betrokkenheid op de wereld, onze motivatie om deze te ontwikkelen, als we nergens meer warm of koud van worden, als we nergens meer zin in hebben!
Flip Krabbendam September 2016/februari 2022/februari 2026