ECONOMIE…. DAT KAN TOCH WEL ANDERS!


Wat we kunnen leren van autocoureurs en van Donald Duck

En wat we dan zelf nog moeten bedenken

 

De economie… natuurverschijnsel of bedenksel?

Het zal duidelijk zijn: door de manier waarop wij de economie laten werken stevenen we af op een ramp. Oneindige groei in een eindige wereld, hoe zou dat kunnen? Economen moeten dat door hebben, maar toch blijft het streven naar groei blijft bestaan. Je kunt het elke dag weer horen en zien in de media.

Ik denk dat bedrijven elkaar hier gijzelen. Als een groep raceauto’s op een bocht afgaat, op volle snelheid, dan weten de coureurs op tijd te remmen, maar daar ziet het bij bedrijven niet naar uit. Bedrijven blijven streven naar groei en racen zo, collectief, op een ramp af. Wie het eerste afrent tekent immers z’n eigen doodvonnis. En laat de competitie winnen.

Waar de economie ook aan lijdt zijn regelmatig voorkomende recessies. Ooit heb ik geleerd dat dat komt door overproductie. Is dat niet logisch? Om concurrerend te zijn moet je goedkoop produceren. Daarom wordt niet alleen het milieu geplunderd en vervuild. Ook moeten de personeelskosten zo laag mogelijk worden gehouden. Hier bijt het systeem in de eigen staart, want lage lonen betekent lage koopkracht. Terwijl de productie moet worden opgevoerd om zoveel mogelijk winst te kunnen maken. Een mechanisme met ingebouwde overproductie. En ontslagrondes die het gevolg zijn van deze overproductie veroorzaken nog meer daling in de koopkracht en dus nog meer overproductie. Enz. enz. Een economische crisis. Om de aandacht af te leiden van de economie, wordt dan gesproken over ‘consumentenvertrouwen’! Dan heeft de consument het gedaan! Om te voorkomen dat de productie stagneert wordt de consument dagelijks gebombardeerd met reclameblokken, op spannende gedeelten in speelfilms of rond het nieuws, als veel mensen kijken.

Moeten we echt doorgaan met deze, kapitalistische, wijze van produceren? Vaak wordt gedaan of het hier gaat om een neutraal natuurverschijnsel, waar je niet aan mag komen. Want dan verstoor je het. De natuur verstoren mag wel, maar de verstorende economie, daar moet je vanaf blijven. Een natuurverschijnsel, dat klinkt of we het niet zelf bedacht hebben. Maar lees dan eens wat Bernard Mandeville en Adam Smith hierover schreven, in de 18de eeuw. Het was een gewaagd concept: als we bij het produceren en consumeren uitgaan van ons eigenbelang, dan vaart iedereen daar wel bij: dan worden vraag en aanbod vanzelf op elkaar afgestemd, waarbij deze opzet ook, en ook vanzelf, zou tenderen naar producten van de hoogste kwaliteit voor de laagste prijs. Mooi verhaal toch? Maar geen natuurverschijnsel. Een bedenksel.

En dan nu een, misschien onverwachte, invalshoek om dit bedenksel verder te brengen: de Donald Duck uit 1951. Aflevering ‘De geldcycloon’ (A Financial Fable). Bedacht en getekend door Carl Barks. Een cycloon heeft de geheime schuur met geld van Dagobert Duck leeggeblazen en nu ligt het geld overal, verspreid over het hele land. Op straten en in weilanden. Iedereen stopt zijn zakken vol. En zo is iedereen opeens rijk. Niemand hoeft dus meer te werken. Maar dat betekent dat wie de volgende ochtend boodschappen gaat doen, voor gesloten winkels komt te staan. De eigenaars en het winkelpersoneel hoeven immers niet meer te werken. Ze hebben opeens geld genoeg. Hier zie je wat de focus op eigenbelang veroorzaakt: niemand realiseert zich dat werken ook iets met aandacht voor het welzijn van anderen te maken heeft.

Wat hierbij nog vermeldenswaardig is: in deze strip stopt men niet alleen met werken, inwoners nemen ook massaal de benen om iets van de wereld te zien. Kennelijk is het met de betrokkenheid op de eigen omgeving niet veel beter gesteld dan met dan de betrokkenheid op anderen.

Uit ‘A Financial Fable’ door Carl barks uit 1950.

 

(Uit het vervolg blijkt dat Barks geen kritisch verhaal heeft willen schrijven over het kapitalisme, al menen we dat misschien te zien aankomen in het verhaal zoals het zich tot hier ontwikkelt. In het vervolg blijkt namelijk dat hij het kapitalisme, met een knipoog, dat wel, blijft verdedigen, als hij Dagobert opvoert als de enige die op zijn post is gebleven en nu niet alleen herenboer is, maar ook monopolist, de enige plek waar iedereen voedsel kan kopen. Waarbij hij woekerprijzen rekent zodat hij in een mum van tijd zijn geldberg weer terug heeft.)

 

Voorzieningen voor de wisselwerking

In deze strip komt het eigenbelang, waar ons productiesysteem op is gebaseerd, zie Mandeville en Smith, duidelijk naar voren. Maar wordt het niet eens tijd voor een ander concept? Als ik nu eens broodjes ging bakken voor mijn buurtgenoten in plaats van voor m’n eigenbelang? Als we nu eens vraag en aanbod op elkaar afstemmen, niet door tussenkomst van de markt die werkt op basis van eigenbelang, maar door gewoon te overleggen. Als ‘makers’ en ‘gebruikers’, waarbij de confrontatie tussen wat we willen en wat we mogelijk is, kan leiden tot een interessante dialoog waarin nieuwe dingen kunnen worden uitgevonden. Waarin ‘makers’ weten voor wie ze het doen (in plaats van de klant te overrompelen met reclame, om de eigen portemonnee te spekken en de machtspositie van het bedrijf te versterken) terwijl ‘gebruikers’ zich gehoord voelen (en niet overrompeld) en ‘gebruikers’ blij zijn met het ‘persoonlijke’ resultaat. Een dialoog tussen houdingen die elkaars tegendeel zijn, die bij elkaar horen en door een levendige wisselwerking voor ontwikkelingen kunnen zorgen.

Wat ook kan helpen is niet alleen de juiste mentale instelling maar ook de juiste materiële setting. In m’n proefschrift heb ik gepleit voor ‘voorzieningen voor de wisselwerking’. Waar makers en gebruikers samen konden komen om voorstellen te bespreken en zichtbaar te maken dmv maquettes, films of 3D projecties. Of misschien een sketch….?

 

En wat kan vrijwilligerswerk ons brengen?

Voor de legale constructies die hiervoor bestaan, kunnen we terecht bij de coöperatie en de Community Land Trust, en voor de voorzieningen voor de wisselwerking bij een architect, maar misschien moeten we, om te zien hoe dit werkt, ook eens serieus kijken naar vrijwilligerswerk. Om te zien wat er allemaal een rol kan spelen bij motivatie of het verlies ervan. Of bij creatieve processen. Om ons in te leven.

 

En ons eigenbelang?

Toch zullen heel wat mensen hier niet aan willen. ‘Wat nu met m’n eigenbelang’ zal menigeen zich afvragen. Zij willen zich als individu laten gelden. Maar wat blijft er over van onze individualiteit als deze een sociale context mist. Vernietigt of ondergeschikt gemaakt door eigenbelang? Want dat slaat direct terug op onze individualiteit. Ben ik slim? Wie weet! Ben ik grappig? Wie weet! Ben ik goed in talen? Wie weet! Ben ik…? Hoe kunnen we daar iets over zeggen zonder de sociale context te kennen. De sociale context die door de schijnwerper op het individu onzichtbaar is geworden.

En waar gaat het om in dat eigenbelang?!

Meestal is de ‘drive’ hier dat we overal over willen kunnen beschikken. En van alles ook het beste. Maar daar zitten we dan op ons privé jacht van 100 meter, met drie kaartende bodyguards, zeven moedeloze sekswerkers en een halve fles whisky.

Of we willen simpelweg niks doen, luieren. Maar zo maken we het onszelf onmogelijk om iets te betekenen. Blijven we buitenstaanders die zich niet weten te verbinden met de wereld, die er niets van maken dat ‘eigen’ is.

Dan is er nog een heilloze ‘drive’: gerespecteerd willen worden. Ook een eenzame onderneming, waarin je je sociale context, voorzover nog niet weggerend, corrumpeert door deze te manipuleren. (A: Lach dan idioot, ik zeg je: ik ben grappig. B: Ja meneer, eh… ha ha)

Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat in onze door eigenbelang gedreven samenleving de meerderheid van de mensen zich op de een of andere manier eenzaam voelt. Dat is de prijs. Als we als volwaardig individu tot ons recht willen komen kunnen we niet zonder betrokkenheid op een volwaardige sociale context. En in die context ook op de wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *