De verleidingen van het vlees
Als mens zijn we ons bewust van onze omgeving. Daardoor kunnen we mogelijkheden ontdekken, perspectieven, die we uit kunnen werken, een creatief proces waarin we onze wereld veranderen. Zo hebben we hutten en huizen ontwikkeld, boten, kleding, kijk om je heen, alles wat je ziet, behalve de plantjes in de tuin, hebben we voor ons geestesoog gezien, en ontwikkeld. Zonder onze geest was dat er allemaal niet geweest. Wisten we niet eens dat we bestonden.
Het belang van de geest kan dus niet overschat worden, maar sommigen gaan daarin zover dat ze alleen de geest waarderen en de materiële wereld irrelevant achten. En afzien van al het aardse, en zeker van aardse geneugten. Die leiden je alleen maar af van de geest. Om vervolgens te gaan wonen op een kale berg, of in een kaal klooster.
Maar, even een metafoor, als we onze ogen verheffen boven alles wat we zien, en de andere kant opkijken als er iets te zien is… of alleen nog in de spiegel naar onze ogen kijken, hoe kunnen we dan nog de regie voeren, mogelijkheden zien en deze verwerkelijken? En zijn wat we zijn: bewuste en creatieve wezens.
Gelukkig zijn er onder geestelijken toch lieden die zich niet geheel hebben afgesloten van wat hen tot mens maakte: de monniken die het abdijbier hebben ontwikkeld. Zij hebben gespeeld, als echte mensen, met de mogelijkheden van, in dit geval, de bereiding van bier. En ja, hier kun je de regie verliezen. Maar ook een rijk palet aan bijzondere smaken ontwikkelen.

Eduard Theodor Ritter von Grutzner (1846-1925)
Ook met heerlijke spijzen wisten deze geestelijken wel raad, getuige de uitdrukking ‘smulpaap’. Kennelijk hebben velen hier toch de regie verloren. Getuige de iconische zwaarlijvigen onder de geestelijkheid.
Met seksualiteit, nummer 1 in de wereld van de verleidingen, wordt het stil, hier hebben zij zich niet aan gewaagd. Hoewel, misschien niet in Europa, maar wel elders, hoe komen wij anders aan de uitdrukking ‘missionarishouding’?
En nog een ‘hoewel’: misschien toch ook hier, maar later, in onze tijd, waar een aanzienlijk aantal op het oog serieuze geestelijken, die de materiele wereld lijken te hebben afgezworen, blijken minderjarigen onder hun habijt te hebben uitgenodigd. Zo kun je ook hier de regie verliezen.
Maar dat je van de materiële wereld kunt verliezen betekent niet dat je er vanaf moet zien. Denk aan een andere metafoor, die van het kind en het badwater.
De geest? Doe gerust een beetje eng!
De geest maakt ons bewust, nou en? Waarom kunnen we daar niet gewoon over praten. We zijn toch grote mensen?! Vanwaar die geheimzinnigheid, de aanhalingstekens en de holle stem die sommige mensen gebruiken als ze het erover hebben?!
Laten we dat proberen. Dan stellen we ons de vraag hoe het mogelijk is dat wij ons bewust zijn van de wereld om ons heen, compleet met alle kleuren, geuren, klanken, krachten en stemmingen die we ervaren.
Hoe werkt onze geest, ons bewustzijn, dat dit er allemaal uit voort kan komen? Nu zijn er mensen die zeggen: ‘Niks aan de hand. Heel veel schakelingetjes in de hersenen. De hersenchirurg kan je daar meer over vertellen, allemaal neurologie’. Klinkt helder …. tot je er voor gaat zitten om erover na te denken. Ik heb hier al vaker over geschreven, daarom zal ik het nu eens wat anders formuleren: bij de neurologische verklaring gaan we ervan uit dat we bewustzijn kunnen verklaren uit de werking van de hersenen, uit materie. Bewustzijn kan ontstaan uit materie. Maar let op, nu halen we de fenomenologie erbij. In deze filosofie wordt gesteld dat bewustzijn niet los in de lucht hangt: het is altijd bewustzijn van iets.
En omgekeerd: als we het over ‘iets’ hebben, dan is dit altijd bewustzijn van iets. In ons taalgebruik laten we plekken leeg, we begrijpen het toch wel. Maar bij de neurologische verklaring gaat het dan mis!
Deze verklaring luidt dat bewustzijn kan worden verklaard uit de werking van materie, van iets dus. Als we hier nu de lege plekken invullen, dan luidt de bewering als volgt: bewustzijn van iets kunnen we verklaren uit bewustzijn van iets. En dan zijn we verrassend gauw klaar: dit klopt niet. Maar zo makkelijk als we tot deze conclusie komen, zo moeilijk kunnen we nu verder… als het geen ‘bewustzijn van iets’ kan zijn dat ons bewust maakt, wat is het dan wel?
Misschien moeten we eerst diep ademhalen en misschien durven we dan te zeggen: uit ‘niets’… !
Nu kunnen we zeggen dat we ons bewust zijn van de wereld, of ‘de wereld van onszelf onderscheiden’ omdat en voorzover we ‘de wereld’ ‘niet’ zijn. Existentialisme.
Een wonderlijk begrip dat verwijst naar iets dat niet bestaat, althans niet als iets, niet als object.
Voor velen zal hier een periode van wennen noodzakelijk zijn. Maar denk dan ter aanmoediging aan de volgende historische gebeurtenis. Toen het cijfer nul in de middeleeuwen vanuit India, via de Arabische wereld in Europa werd geïntroduceerd stonden velen daar afwijzend tegenover. Een symbool voor iets dat er niet was. De geestelijkheid dacht bij de nul zelfs aan een uitvinding van de duivel. In 1299 nog, werd het in Florence verboden om ermee te rekenen. Maar nu is de nul geaccepteerd. Gelukkig maar, anders zouden we nog steeds met Romeinse cijfers moeten rekenen. En maak daar maar eens een staartdeling mee… die op nul uitkomt!

Even wennen dus, en misschien hoeven we niet te voorkomen dat we, als we de geest, of het ‘niets’ ter sprake brengen, aanhalingstekens in de lucht te tekenen., of een beetje met een holle stem praten. Om duidelijk te maken dat we het niet over een object hebben. Laten we met een gerust hart een beetje eng doen. Het is voor een goed doel.
Het ‘niets’… en weten waar je het zoeken moet!
Uiteindelijk werd de twijfel over het bestaansrecht van het cijfer nul overwonnen en dat heeft de rekenkunde, de wiskunde en ons een stuk verder geholpen. Maar nu staan we voor de volgende uitdaging: erkenning van en omgaan met het ‘niets’. Want onze levens zijn nog te veel gevuld met pogingen om staartdelingen te maken met Romeinse cijfers… die op nul uitkomen. Of voor wie deze metafoor te vaag is: pogingen onze levens in te passen in het ‘objectieve’ wereldbeeld van Descartes.
En er wordt hard aan het nieuwe inzicht gewerkt. Ook hiervoor kunnen we het Oosten en het Verre oosten, waar men het ‘niets’ al eeuwen geleden in het hart gesloten heeft, dankbaar zijn. In het Taoïsme (China) het Boeddhisme (India) en het Zenboeddhisme (Japan) is het ‘niets’, ook wel de leegte genoemd, een centraal thema. Een halve eeuw geleden had het ook zijn plaats gevonden in de Westerse filosofie, in het existentialisme, als het ‘Nichts’ (Heidegger) en het ‘néant’ (Sartre). Maar filosofen van deze tijd zijn weer met andere dingen bezig. Je moet af en toe met iets nieuws komen, toch? Maar daarom niet getreurd, in de alternatieve scene heeft men het belang van het ‘niets’ ingezien en hier is men ermee aan de slag gegaan. Hoe mooi is dat! Want als we de wereld onderscheiden van onszelf omdat en voorzover we de wereld ‘niet’ zijn, dan kan dat op vele manieren, en dat belooft een dichterlijk en creatief leven. Dichterlijk waar je de wereld met nieuwe ogen ziet en creatief waar je nieuwe mogelijkheden ziet. Maar hoe kom je daar? Dit blijkt een goede vraag te zijn….
Eerst een aantal wijze raadgevingen.
‘Doorbreek de keten van oorzaak en gevolg’ (Boeddhisme)
Hierbij kunnen we Descartes scheef aankijken: als we ervan uitgaan dat we de wereld onderscheiden van onszelf omdat en voorzover we de wereld ‘niet’ zijn dan kunnen we ons ook voorstellen dat we de wereld op vele manieren ‘niet’ kunnen zijn. Ziedaar onze dichterlijke en creatieve houding, die voor nieuwe inzichten en ervaringen kan zorgen. Wat we ook wel de ‘authentieke ervaring’ noemen.
‘Doorzie het ego als een illusie’ (Tibetaans Boeddhisme)
Een gevaarlijke, want is je ego niet het pakket van kennis en vaardigheden waarmee je in de wereld geworteld bent. Als dat een illusie is, dan zet dat jezelf als ‘niets’ ook op losse schroeven.
‘Vernietig je ego’ (Westerse vertaling uit zestiger jaren van bovenstaande aanbeveling) Populair in de zestiger jaren. Erger dan het origineel, want hiermee diskwalificeer je niet alleen al je kennis en vaardigheden, je gooit ze ook nog eens de deur uit. Welke deur? Die is ook weg. En waar ben je dan zelf nog, als ‘niets’? Retorische vraag!
‘Leef in het hier en nu’ (Westerse en recente aanbeveling)
Een aanbeveling om onze aandacht op de omgeving te richten en ons daarmee te verbinden. De authentieke ervaring, in plaats van jezelf als onderdeel van een procedure of scenario te zien en dat blind te volgen. Lijkt op het ‘doorbreken van de keten van oorzaak en gevolg’, met misschien een addertje onder het gras: het kan niet. Stel dat je aan het koken bent, dan kun je die bezigheid niet isoleren van verleden en toekomst, want hoezo sta je dan uitjes te snipperen en in pannetjes te roeren?
‘Stel je open’ (Westerse aanbeveling)
De westerse variant van de aanbeveling de keten van oorzaak en gevolg te doorbreken. Je realiseren dat je de wereld op vele manieren ‘niet’ kunt zijn en op grond van die openheid een dichterlijke en creatieve houding door het leven gaan. De authentieke ervaring dus weer.
Maar pas op, hier kan het gruwelijk mis gaan. Sommige vernieuwers vatten deze aanbeveling niet op in kwalitatieve, maar in kwantitatieve zin. In plaats van gevoelig te worden voor het wonder van de ervaring, nieuwe ideeën, nieuwe perspectieven, of voor humor, worden zij extra gevoelig voor harde geluiden, verkeerde kleuren of banale smaken. Waarbij zij er prat op gaan dat zij bijvoorbeeld een hele reeks wijnsoorten kunnen onderscheiden.
Bij deze gevoeligheid gaan zij dan geheel uit van hun eigen gevoelens. Om het anders te zeggen: ze denken alleen aan zichzelf. Asociaal, maar dan met een licht verheven blik die zegt: ik ben een soort van adel. Grote voorbeeld lijkt te zijn: ‘de prinses op de erwt’.
Op de bres voor fijngevoeligheid en beschaving. En een betere wereld. Maar beseffen jullie wel, hoogstaande gevoeligen, wat jullie aanrichten, terwijl jullie het nooit zullen winnen van het reukvermogen van een hond?! Hier zou ik misschien dan toch wel eens willen roepen ‘vernietig je ego’.

Hoe gevoeliger, hoe meer soorten wijn
Maar hoe breng je bovengenoemde wijze raadgevingen in praktijk? Zonder dit soort gênante missers? Want we zijn duidelijk niet echt thuis op dit terrein. Hierover meer in het volgende deel.
Toveren, hoe doe je dat?
Om vertrouwd te raken met het ‘niets’ en ermee te oefenen voor een dichterlijk en creatief leven, doordrongen van het wonder van het bestaan, zijn verschillende, meer praktische, benaderingen beschikbaar. Ontleend aan eerdergenoemde filosofieën uit China, India en Japan.
Meditatie
Hiervan zijn versies waarbij je je, zittend in de lotushouding, concentreert op de muur tegenover je. Er zijn zelfs culturen waar ze verder gaan, waar men zich voor maanden laat inmetselen in een donker schuurtje op het erf.
Bezige westerlingen mediteren een half uurtje in de vroege ochtend, waarbij zij afstand proberen te nemen van alle gedachten of ervaringen die zich aandienen. Of zij zingen mantra’s: herhaling op herhaling van dezelfde melodie en tekst.
Wat ons hier misschien het eerste te binnen schiet is het woord ‘geestdodend’. Je ervaring is aan het verdwijnen, en daarmee gaat je geest of het ‘niets’ dat je bent. Het tegendeel van wat we willen bereiken! Maar misschien schuilt de betekenis van deze benaderingen wel in het moment dat je stopt: dan komen de wereld en je verdoofde geest weer als nieuw tevoorschijn. Geestverruimend, dus toch, of anders gezegd: de bevrijding van het ‘niets’! Een veronderstelling, ik heb het nooit gedaan… sorry
Yoga
Een vorm van meditatie die wordt ondersteund door een reeks van lichaamshoudingen. Waarop je je dan concentreert. Weer een beperking van de ervaring, met hetzelfde resultaat: geestverruiming en bevrijding van het ‘niets’. Toch vrees ik dat yoga voor veel deelnemers, hoe verheven ze er ook bij kijken, eigenlijk meer een vorm van gymnastiek is. En een welkome onderbreking van de dagelijkse zorgen. Geen probleem, maar dan even niet zo verheven kijken graag.
Koan
Komt uit het Zen-Boeddhisme. Het gaat hier om dialoogjes tussen een zenmeester, die ‘verlicht’ wordt genoemd omdat hij inzicht heeft in het ‘niets’, en een leerling die probeert ook ‘verlicht’ te worden. Satori te bereiken. Voorbeeld (één van de 1700)
-Meester T’An: Wat deed je voor je monnik werd?
-Leerling Ling: Ik ging ’s morgens met de koeien weg en kwam tegen het vallen van de avond terug.
-Meester: Je onwetendheid is prachtig!
-Leerling: (dadelijk in een staat van satori) Doordat ik de tuier wegwierp (touw aan een paal om een grazend dier vast te zetten), ben ik een monnik zonder huis, mijn hoofd kaal, mijn baard eraf en mijn lichaam gehuld in een pij: als iemand mij vraagt ‘Wat bracht Bodhidharna uit het westen’, zwaai ik mijn staf en zing hardop: tralalala!
(Uit ‘De tuinen van Zen’ van Bert Schierbeek)
Hoezo opeens verlicht? Duidelijk is in elk geval dat men in de benadering van het Zen-Boeddhisme theoretische verhandelingen wil vermijden en spontaniteit hoog acht. Om te voorkomen dat de primaire ervaring, het besef dat dingen uit het ‘niets’ ontstaan, als ware het bij toverslag, wordt overschaduwd door gefilosofeer, waarin het lijkt of je alles kunt verklaren. Terwijl, als dingen uit het ‘niets’ ontstaan, lijkt dat meer op toveren. De kleur geel, de smaak van aardbeien, het geluid van een toeter, hagel op het dak, het ontstaat, zonder dat iemand kan verklaren waar ‘geel’, smaken of geluiden, kortom ervaringen vandaan komen.

Afbeelding met AI gemaakt
Mensen die samen mediteren, onder de hoede van een leraar, kunnen wel eens zo onder de indruk komen van het inzicht en de wijsheid van deze persoon dat zij hem of haar blindelings gaan volgen. Deze leraar wordt dan een goeroe. Vaak worden dan aan een goeroe kwaliteiten toegeschreven die hoogst onwaarschijnlijk lijken. Maar zodra het idee van toveren ten tonele is verschenen, lijkt alles te kunnen.
Zo zijn er goeroes die menen te kunnen vliegen. Die een stoel laten zweven, of water in een glas aan de kook brengen, door er geheimzinnig naar te kijken. Maar als we nagaan hoe ervaringen ontstaan, hoe we ze tevoorschijn laten komen, dan is dat door ons over te geven aan onszelf als ‘niets’. Door ons open te stellen, desnoods voor een zwevende stoel of een kokend glas water. Maar niet door de stoel of het glas aan een veelzeggende blik te onderwerpen…
Wat nemen we mee naar de toekomst?
Zeggen dat onze ‘geest’ eigenlijk ‘niets’ is, is een manier om te beschrijven hoe wij ons bewust zijn van de wereld, hoe wij die voor ons laten verschijnen, hoe een kleur ’geel’ ontstaat, een geluid, de zwaartekracht of verveling. Een manier om te beschrijven hoe alles waar we ons bewust van zijn, op toverachtige en onbegrijpelijke wijze uit het ‘niets’ ontstaat.
In het verleden maakte men wel gebruik van personificaties om grip te krijgen op abstracte begrippen. Zoals de Griekse en Romeinse goden. Laten we Cupido als voorbeeld nemen. De ervaring, liefde, die iedereen kende, en die in ieders bewustzijn kon opkomen. Deze ervaring werd nu onder de hoede gesteld van een godheid. Niks aan de hand, liefde was iets waar Cupido voor zorgde. Met zijn (symbolische) pijltjes.
Zo dacht men ook onze ‘geest’ of het geheimzinnige ‘niets’ dat ons bewust maak en de wereld voor ons laat ontstaan, onder te brengen bij een godheid. In dit geval was hij niet alleen de hoeder van onze scheppende ervaring, hij nam de verantwoordelijkheid van ons over door de wereld voor ons te scheppen. Zo werden wij van verwonderde ontdekkers, die veel met elkaar te bespreken hebben, tot volgelingen die moeten aanhoren wat een ‘grote schepper’ voor ons heeft laten ontstaan, nee: gemaakt. In zeven dagen. En in plaats van dat we onderling beslissen wat we zullen doen in de wereld waarvan we ons bewust zijn, die op toverachtige wijze in onze geest ontstaat, lijken wij ons nu te bevinden in een wereld die de ‘grote schepper’ voor ons heeft geschapen. Waarbij hij ons ook nog eens vertelde wat de bedoeling was en hoe wij geacht werden ons daarin te gedragen. Zo veranderen wij van kleine verwonderde tovenaars in bewonderende volgelingen van de Grote Schepper.
Dit voor de gewone stervelingen. Geestelijken zochten hier toch meer achter. Zij hadden het idee van de geest niet verlaten. Zij zochten achter de ambachtelijkheid van god naar zijn geest. En soms werden zij die ook deelachtig. Belangrijke momenten, maar de grondtoon bleef toch dat ze mochten meeliften op de ‘geest’ of het ‘niets’ waar ze eigenlijk zelf de eigenaar van waren, die nu getekend was door vermeende ideeën over de schepper. In het eerste deel van dit essay hebben we kunnen zien hoe zij door de concentratie op de geest als ‘niets’ langzaam de regie kwijtraakten over wereldse zaken. Misschien kunnen we hier nu aan toevoegen dat, omdat het om ‘terug geleende’ ideeën gaat, ook de authenticiteit van de ervaringen en het begrip van de betekenis van het ‘niets’ voor de betreffende geestelijken in de verdrukking kunnen komen.
Een ander obstakel voor de erkenning van het ‘niets’ was de technocratie. ‘Geen enkele hersenchirurg heeft ooit een geest aangetroffen in de hersenen’. Kortom, wij zijn slechts een mechanisme in wisselwerking met de ons omringende wereld. Descartes is degene op wie de technocratie is terug te voeren, hij omschreef de ervaring als een mechanisch proces waarbij wij ons beelden vormden van de ons omringende wereld. En die beelden klopten net altijd. Maar hij hielp ons door aan te geven op welke beelden van de wereld we konden vertrouwen, de beelden die te kwantificeren waren. Alles wat je kon uitdrukken in meters, kilogrammen en seconden dat was echt. En aangezien je daar de wiskunde op los kon laten (inclusief de nul!) kon je zijn ‘ware’ wereld vangen in formules. Dat had een voorspellende werking waardoor men ook invloed kon uitoefenen op de wereld. Door dit wiskundig te beschrijven en te manipuleren wereldbeeld ontstond wat we de technocratie noemen. Geen plaats voor het de geest als ‘niets’ omdat deze niet te kwantificeren viel.
Was Descartes dan de eerste technocraat? Toch niet. Hij onderscheidde in de mens namelijk niet alleen de lichamelijke kant, als een kwantificeerbaar systeem, de ‘res extensia’ hij had het ook over de ‘res cogitans’, zijn benaming voor de ziel, die onstoffelijk zou zijn. De ziel die de mens bewust maakte en verklaarde dat we zelfstandig konden handelen. Hier kunnen we toch gemakkelijk het ‘niets’ in zien?! Hier heeft de technocratie niets mee gedaan, maar in de godsdienst had men het wel over de ziel, al eeuwen eerder. Helaas bleef deze gesitueerd in de mens, en daarmee in de wereld die god geschapen had. Scheppen, was niet weggelegd voor de ziel, dat werk was al gedaan door de grote schepper, die boven de ziel stond en deze ook kon belonen of straffen met de hemel dan wel met de hel. Afhankelijk van hoe gehoorzaam deze ziel was geweest.
Hadden we de ziel nu maar in ere gehouden, dan waren we misschien dichter bij ons begrip van het ‘niets’ gebleven. In de technocratie is dat niet gelukt en in de godsdienst had men afscheid moeten nemen van de focus op de grote imaginaire ‘maker’ die tussen ons en het ‘niets’ in was gaan staan. Dan hadden we het nu niet gehad over de ‘geestelijkheid’ maar over de ‘zieligheid’, een term die dan wel een geheel andere klank zou hebben gehad.
Het ‘niets’ lijkt op wat de nul in de middeleeuwen was. Komt er een doorbraak? Het zou ons leven kunnen verrijken. Dichterlijkheid en creativiteit. Voor een nieuw licht op de wereld en voor nieuwe mogelijkheden. En ontwikkeling, want als ‘niets’ onderscheiden we niet alleen de wereld van onszelf, we onderscheiden tegelijkertijd onszelf van de wereld. We gaan er niet in op, maar we zijn vrij om andere routes te bewandelen, om te handelen en nieuwe, creatieve, ideeën te verwerkelijken. Of bestaande situaties te continueren. We zijn vrij in onze keuze. Zo is er sprake van een wederkerigheid. Als ‘niets’ zijn wij niet alleen ontvankelijk, waarbij wij de wereld op ons in laten werken, we kunnen ook in actie komen, waarbij wij zelf op de wereld inwerken.
Gemiste kansen in het verleden. Maar laten we niet al te somber zijn. In progressieve kringen, bijvoorbeeld waar men door meditatie ‘de leegte’ (het ‘niets’ dus) probeert te vinden, of ‘verlichting’, daar liggen kansen. Zoals in Glastonbury, (in Engeland) Daar zien we gelegenheden voor diverse soorten van meditatie, yoga, Tai Chi en Qigong, we zien verwijzingen naar Tarot, naar een helende tuin, naar ‘helende fotografiesessies’, ‘zwanen tegen riolen’, ‘Off-Grid People’, ‘Inner Light Talks’, ‘Sound Baths’, een vorm van acupuncture die is ontworpen ‘to elevate the spirit and to raise consciousness’, een ‘fairy festival’, ‘Voice Activation & Song Circle with Cacao Medicine’, naar ‘Aura Cleansing Spray’, ‘The Importance of Magic’, ‘Temple Ceremonies’, ‘Red Light Therapy’, naar massage studio’s en nog veel meer. Invalshoeken voor een andere leefstijl waarin ‘leegte’ en ‘verlichting’ een rol spelen. Wie weet wat hieruit voort kan vloeien.

De ‘zen computer shop’ in Glastonbury
Een andere kans: misschien komt er op een dag meer ruimte in de filosofie, zodat na hun postmodernistische omzwervingen weer aandacht komt voor het eerdergenoemde, op bevrijding en maatschappijverandering georiënteerde, existentialisme, waarbij de aandacht voor en de betekenis van het ‘Nichts’ en het ‘néant” opnieuw kan worden uitgedragen en mogelijk uitgebouwd. Niet alleen om verder te wennen aan het ‘niets’, maar ook om de maatschappelijke consequenties daaruit te kunnen trekken. Namelijk beseffen hoe schadelijk het is als we proberen elkaar te reduceren tot een werkkracht of een consument, een object. En zien hoe de erkenning van het ‘niets’ kan leiden tot een dichterlijke en creatieve toekomst.
Hierop vooruitlopend stel ik voor: een sociaal netwerk voor de wederzijdse erkenning van onszelf als ‘niets’, in klein en groot verband, waar ook klein en groot met elkaar verbonden zijn, kortom een boomstructuur, Deze kan gedragen worden door de gebouwde omgeving, waar men op alle niveaus de wederkerigheid van ontvankelijkheid en actie kan inzetten, voor een wisselwerking tussen gebruikers en makers, die hun omgeving evalueren, om deze te ontwikkelen, te bestendigen of te restaureren.